Dit is de debuutroman van Julie Cantrell en in het interview achter in het boek kondigt ze al aan dat er een vervolg zal komen.
De roman speelt in Mississippi tussen 1929 en 1943. Hoofdpersoon is Millie, opgroeiend bij een gewelddadige en veel afwezige vader en een moeder die er niet voor haar kan zijn.
Millie wil ontsnappen aan haar moeilijke leven. Ze vindt steun bij een oude buurman, die echter komt te overlijden, waardoor ze weer alleen staat. Vervolgens ontmoet ze Rivier, een zigeunerjongen, en zijn zigeunervolk. Ook bij hem/hen vindt ze steun en erkenning, totdat ook de zigeuners verder trekken. In de natuur, voornamelijk in “haar” boom Zoetje, droomt Millie haar dromen en probeert ze rust te vinden. Ze snakt naar vrijheid en moet de last van het verleden zien kwijt te raken. Een kistje dat haar moeder heeft begraven, zal haar daarbij moeten helpen.
Door dramatische gebeurtenissen valt het gezin van Millie weg en komt ze in een andere wereld terecht: een ander milieu. Maar ook daar vindt ze haar vrijheid niet en loopt ze gevaar. Wel vindt ze in die periode mensen die van haar houden en die haar helpen bij haar worsteling om echt vrij te worden en vrede te vinden. Ze ontdekt dat ze de vrede toch bij God vindt, de God van haar moeder en de God van Bobbel en zijn familie. Maar God zal haar moeten helpen om haar weg in deze onbegrijpelijke wereld en in dit moeilijke leven te vinden. Samen met God en samen met Bobbel, de jongeman die toch onverwacht “de ware” blijkt te zijn, durft zij de sprong in het diepe aan: de stap naar een nieuwe fase in haar leven, in een voor haar nog onbekende leefwereld van de rodeo.
Ik vond het een boeiend boek door het intrigerende, verdrietige maar ook mooie verhaal, door de pure en levensechte karakters, de boeiende en mooie schrijfstijl en de diepere laag die onder het verhaal schuilgaat.
Het is geen romantisch verhaal van 13 in een dozijn, maar een bijzonder boek dat je weet mee te trekken in het verhaal en weet te boeien tot de laatste bladzijde. Zeer aanbevolen!
Hetty