1. Het allergrootste Geschenk Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven (Jesaja 9:5a)
2. Wat er op Zijn schouders rust En de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk (Jesaja 9:5b en c).
3. Zijn dierbare Namen I En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad (Jesaja 9:5c).
4. Zijn dierbare Namen II Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst (Jesaja 9:5c).
5. De wijzen uit het oosten Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden. En hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook en mirre. En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land (Matthéüs 2: 10-12).
6. Wij vliegen daarheen En wij vliegen daarheen (Psalm 90:10c) Oudjaar.
7. De nodigende sprake Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God en niemand meer (Jesaja 45:22) Nieuwjaar.